Bewogen Debat over Meningvrijheid PDF Print E-mail
Written by Koenraad Elst   
Wednesday, 17 June 2015 23:30

Op de Gentse feesten vond dit jaar, van 20 tot en met 28 juli, voor de negentiende keer een reeks debatten plaats. In het Vlaamse geestesleven zijn dit vrij belangrijke evenementen. In een tijd van soundbites zijn deze vier uur durende (14-18h) debatten een zeldzaam forum voor gedachtenwisseling waar de sprekers nog echt een standpunt kunnen ontwikkelen. Representatief voor de bestaande opiniewaaier zijn ze echter niet, de panels zijn doorgaans eenzijdig links van samenstelling. Hoewel, ook niet overdrijven, in het China-debat zat bv. oud-topbankier Fons Verplaetse; misschien dat in zijn geval zijn belgicisme wel als linkse geloofsbrief kon dienen.

In het panel van het laatste debat van dit jaar, over “De toekomst van de vrijheid van meningsuiting”, bekenden alle sprekers zich wél tot de linkerzijde. Twijfelgeval was misschien de Nederlandse gast, prof. Meindert Fennema: de andere disputanten waren onthutst toen hij een echt dissidente mening bleek te vertolken. Maar Fennema heeft toch een uitgesproken links palmares als extreemrechts-watcher en na vijftien jaar lidmaatschap van de Communistische Partij Nederland. Eigenlijk moet het niet verwonderen dat iemand die geschoold is in het marxisme daaraan een zekere doctrinale ernst heeft overgehouden en vandaag ook over vrije meningsuiting logischer denkt en met minder bochtenwerk dan de soft-linksen met hun conformisme en hun “heiliger dan gij”-moralisme.

Het Vlaams Belang heeft deze debattenreeksen wegens hun ideologische eenzijdigheid al eens gewraakt. Vijf jaar geleden legde de partij klacht neer omdat de debatten plaatsvinden in een schoolgebouw, en een reglement zegt dat daar geen politieke evenementen mogen plaats hebben tenzij alle partijen vertegenwoordigd zijn. Dat werd toen afgeketst, omdat de debatten niet partijpolitiek zijn en er meestal ook geen politici in het panel zitten (hoewel, is de aanval op een partij niet evenzeer partijpolitiek?). Mijns inziens zou rechts beter een voorbeeld aan deze reeks nemen en zelf wat meer debatcultuur ontwikkelen. Alle debatten die ik sedert 1994 op de Gentse Feesten heb bijgewoond, waren een uitstekende tijdsbesteding, gelijk je nergens anders in het land nog vindt.

Dit jaar is er protest geweest van Joodse zijde tegen de eenzijdigheid van het Palestina-debat, waaraan geen enkele pro-zionist deelnam. In een voorrede bij de debatnamiddag had Gents burgemeester Daniël Termont, die nog eens aan het volstrekt fundamentele belang van het recht op vrije meningsuiting (art. 19 van de UVRM én van de Belgische grondwet) herinnerde, al verteld hoe de stad op haar webstek onder externe druk de discussie over het Palestina-debat afgesloten had. Organisator Eric Goeman legde in zijn slotwoord uit dat deze controverse wellicht nog een gerechtelijk en/of politiek staartje zal krijgen, en dat het VB, de partij die zich als verdediger van de Joodse belangen opwerpt, de rel zeker zal aangrijpen om het voortbestaan zelf van deze debatformule opnieuw in vraag te stellen. Hijzelf was, zo meldde hij, in Joods Actueel met Josef Goebbels vergeleken. Maar hij liet het niet aan zijn hart komen. Hij gaf nog de waarschuwing mee om niet teveel te verwachten van presidentskandidaat Barack Obama, want “om historische redenen heeft de Democratische Partij nog nauwere banden met de Joodse lobby dan de Republikeinen”.

Antiterreurwetten

Om elk woord en wederwoord over het onderwerp vrije meningsuiting weer te geven ontbreekt ons hier de ruimte, we vatten even de specifieke bijdrage van elk der panelleden samen. De eerste spreker, socialistisch vakbondssecretaris Stephan Galon, Secretaris Algemene Centrale ABVV, mede-oprichter van het “Platform voor Vrije meningsuiting”, plaatste dit thema in een breder kader, namelijk de bedreiging van onze vrijheden in de hele westerse wereld door het zogenaamde antiterreurbeleid van na 11 september 2001. Met name moeten we ons zorgen maken over nieuwe bepalingen die ertoe strekken dat men mensen mag afluisteren of opsluiten op grond van de loutere verdenking, niet van een misdrijf maar van het behoren tot een groep die een misdrijf begaan heeft of zelfs alleen maar aan het plannen is; of op grond van een “extremistische” mening.

Hij noemde ondermeer een klacht van Electrabel tegen vreedzame actievoerders van Greenpeace wegens “bendevorming”, wat tot maximaal vijf  jaar gevangenisstraf kan leiden; een weliswaar op vrijspraak uitgelopen proces tegen betogers tegen een top van financieministers in Luik wegens “criminele organisatie” (een wetsbepaling die eigenlijk bedoeld was tegen de Maffia), na telefoontap; de zaak van Bahar Kimyongür, woordvoerder van de linkse Turkse DHKPC, die in een procesgang met allerlei onregelmatigheden, inbegrepen een mislukte poging om hem via Nederland aan Turkije uit te leveren, ondermeer tot vier jaar veroordeeld is hoewel hemzelf geen enkele criminele daad ten laste gelegd werd (nadien weer vrijgesproken, maar er komt nog een vervolg); en nog zo enkele waarin actievoerders, onderzoeksjournalisten of louter verbale sympathisanten van controversiële groeperingen aangepakt worden met methodes die alleen tegen daders van echt criminele feiten gepast zijn. Dit is een kritiek die zowel van links als van rechts geuit is tegen de Amerikaanse Patriot Act en gelijkaardige nieuwe wetten in Europa, in Vlaanderen bijvoorbeeld geformuleerd door de bekende flamingant Mark Grammens.

Galon noemde nog de fameuze lijst met staatsgevaarlijke organisaties die in mei 2005 opdook, en die ondermeer de Vredesbeweging vermeldde, Gaia, IndyMedia en andere linkse organisaties. Merk op dat in rechtse kringen precies hetzelfde protest gehoord is omdat die lijst evenzeer de rechtse en Vlaamsgezinde organisaties viseerde, tot en met het Davidsfonds. Het was nu eenmaal geen antilinks complot zoals links zou willen geloven, noch een antirechts complot zoals rechts beweert, maar gewoon een zoveelste voorbeeld van de klunzigheid van de polyparanoïde Belgische veiligheidsdiensten, die blijkbaar hun linker- niet van hun rechterhand kunnen onderscheiden.

De ABVV-secretaris sloot af met een ronkende volzin: “De vrije meningsuiting is de chape van gewapend beton waarop alle activisme berust.” Bijvoorbeeld van het vakbondswerk dat de sociale zekerheid tot stand gebracht heeft. In die chape zag hij nu barstjes optreden.

Censuur, porno en IQ

Anne Provoost, schrijfster (bekroond om haar antiracistische boodschap) en curator van “Zogezegd in Gent 2008”, zette de toon voor alle volgende panelleden door te zeggen dat ze wel vóór de vrije meningsuiting is, “maar…” Ze zag in de meningvrijheid, en ook in de stemplicht, het stakingsrecht en de “directe democratie” (meermalen gebruikte ze deze specifieke uitdrukking), een aantal “welpen”, veelbelovende beginselen die we moeten grootbrengen maar met oog voor het gevaar dat zij ons kunnen verslinden. We moeten de vrije meningsuiting dus binnen zekere perken houden. Aan Ayaan Hirsi Ali nam ze alleen dit kwalijk, dat zij “de vrije meningsuiting als een eindpunt ziet”. Zelf had ze ervaring met de “feminatheek” van Louis-Paul Boon, waar ze bij nader toezien moest toegeven dat deze inderdaad kinderporno bevatte, iets waarvan de wet het tentoonstellen verbiedt. En dan moet je je aan de wet houden, vond zij.

Merk op dat niemand het idee in vraag stelde dat pornografie onder vrije meningsuiting ressorteert. De recente “Nacht van de Censuur” van de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging slaagde erin om over de bestaande censuurwetten inzake revisionisme en racisme met geen woord te reppen (of het zou goedkeurend moeten zijn) maar maakte veel puberale drukte over enkele maatregelen tegen blootfoto’s. Niet dat we prins Philippe moeten napraten en voor een verbod op pornografie pleiten, maar ik zou haar toch niet de eer gunnen een “mening” te zijn, vrucht van een denkproces. Eén kenmerk van een mening is dat er een tegengestelde mening kan bestaan, bv. “Leve de koning!” versus “Weg met de koning!” Het is moeilijker in te zien wat in tegenspraak staat tot een gegeven blootfoto.

Anne Provoost was de enige die het revisionismeverbod vermeldde. Voor wie het fundamentele belang van de vrijheid van onderzoek, meningvorming en informatieverspreiding beseft, is die wet uit 1995 evident verwerpelijk. Voor militanten en meelopers van de heersende pensée unique is diezelfde wet een trofee in de strijd tegen het Kwaad. Maar Anne Provoost vond de kwestie omstreden, vatbaar voor tegengestelde beoordelingen. Ze deed echt erg haar best om fair te zijn. Ze dacht dat het alleszins maar een tijdelijke wet zou blijken, want over enkele generaties is de geschiedenis van WO2 geen thema meer.

Geheel ongevraagd bracht ze als enige ook een geval ter sprake dat echt iets mat ras te maken heeft, namelijk de uitspraak van geneticus en Nobelprijswinnaar James Watson dat er een significant verschil is in IQ tussen verschillende rasgroepen. Ze noemde als probleem de vraag wát daarover uitgesproken mag worden indien het de waarheid is. Dat was eigenlijk vloeken in de kerk, want echte antiracisten zouden zonder aarzelen hun eigen politieke zekerheden boven het geduldige en omvangrijke onderzoek van deze topwetenschapper stellen. Anne Provoost wist dat zo nog niet, en hield er rekening mee dat de Nobelprijswinnaar misschien beter op de hoogte was dan zijn critici. In dat geval zou het wellicht erg onbeleefd en “smakeloos” zijn om het luidop te zeggen (“Afrikanen zijn minder intelligent dan Chinezen”), maar daarom moet het nog niet door de wetgever verboden worden.

Woordkeuze

Jeroen Olyslaegers, auteur van o.a. een zevental theaterproducties, had blijkbaar ernstig nagedacht over de ideologische woestijn van tegenwoordig. Hij wou af van de oudlinkse partijlijn, en zeker van het linkse gezeur over de oprukkende Reactie. Links moet uit haar louter reactieve gedragspatroon van de jongste jaren treden en opnieuw het initiatief nemen. Ondermeer moeten we het goede nieuws gaan beklemtonen, de kleinschalige initiatieven die terug een gemeenschapszin aankweken. Hij noemde het Oosterweel-activisme, recent bekroond met de toezegging van het aanvankelijk vijandige Antwerpse stadsbestuur dat ze het project opnieuw zou bekijken, als voorbeeld van hoe mensen hand in hand echt nog iets constructiefs kunnen doen. Hij besefte wel dat wie het herwaarderen van de “samenleving” op de agenda plaatst, zich blootstelt aan de verdenking van extreemlinkse of extreemrechtse sympathieën, maar daar moeten we dan maar door. Met zelf ons eigen verhaal te vertellen zullen we de kwaadsprekers uiteindelijk in het ongelijk stellen.

Niet dat de linkse klachten ongegrond waren, Olyslaegers zag het rechtse gevaar inderdaad machtig opdoemen: “Onderschat niet dat termen als ‘politiek correct’ door rechts gekaapt zijn. Heel dit debat, zelfs de Verlichting is ingepalmd door rechts. Het VB kaapt de vrije meningsuiting, wie het VB bekritiseert heet ‘tegen de vrije meningsuiting’ te zijn.”

Van dat laatste heeft ondergetekende waarnemer van de hedendaagse ideologische strijd alvast nooit iets gemerkt. Vele mensen hebben het VB bekritiseerd, ook ik heb het VB bekritiseerd, zonder voor vijand van de vrije meningsuiting uitgekreten te zijn. Het geheim daarvan was bijzonder eenvoudig: wij hebben het VB bekritiseerd zonder op repressie en muilkorfwetten beroep te doen. De vijanden van het VB die tegelijk ook vijanden van de vrije meningsuiting genoemd zijn, dat zijn alleen degenen die inderdaad spreekverboden, beroepsverboden en muilkorfwetten geëist hebben. Er is nog genoeg fair-play in het maatschappelijk debat opdat mensen pas vijanden van de vrije meningsuiting genoemd worden zodra ze inderdaad de vrije meningsuiting proberen te beknotten. Het is daar dat vele linksen in de fout gegaan zijn, op de manier die sommige panelleden ongegeneerd zelf gedemonstreerd hebben: vrije meningsuiting opeisen voor zichzelf maar ze ontzeggen aan andersdenkenden.

Over de situatie in Nederland zei hij dat het debat daar zeer verward was, helemaal over de vorm en niet over de inhoud. Het geval Ayaan Hirsi Ali vond hij niet zo belangrijk, en het was “tragikomisch” hoe de controverse daar uiteindelijk nog slechts om haar persoonlijke situatie draaide, hoe haar buren haar weg wilde en Rita Verdonk haar op haar inreisgeschiedenis pakte. Dat er “in het debat over vrije meningsuiting zo weinig zinnigs gezegd wordt”, weet hij hieraan dat “we niet meer in gemeenschap leven”. Daar is wel iets van: het schrille en extreme van het debat zou inderdaad wel een eindweegs verholpen worden met meer direct menselijk contact. Dan zouden mensen onder elkaar tot afspraken komen zonder dat de wetgever hoeft in te grijpen. Olyslaegers besefte wel dat deze oproep tot goedheid en verstandhouding vreselijk soft kon lijken, als een tegeltjeswijsheid (“…daar alleen is ’t leven goed, waar men stil en ongedwongen alles voor elkander doet”), maar toch zit daar reële vooruitgang.

Ter opmontering van de linkerzijde maande hij zijn gesprekspartners aan om het probleem niet te dramatiseren, ook niet voor de overbelichting van polariserende stellingen in de media: “De media zijn geen blok, er is geen samenzwering, alleen een sfeer die extreme tendenzen uitvergroot omdat die voor ‘een goed verhaal’ zorgen. Bovendien zijn de massamedia niet meer zo almachtig”, namelijk door de opkomst van nieuwe communicatiecircuits, zoals de KifKif-site en IndyMedia. Bovendien: “Extreemrechts heeft geen insteek in de grote media, tenzij juist door een term als vrije meningsuiting te kapen.” Want: “Woorden zijn belangrijk. Zo was ‘tolerantie’ een zeer domme woordkeuze, die heeft ons tien jaar gekost.” Links laat na om het spel op dit subtiele niveau te spelen: “Het VB creëert een eigen logica, links doet dat niet. En als een linkse zoiets doet wordt hij door andere linksen van collaboratie beschuldigd.”

Van dat laatste hadden we graag voorbeelden gehoord. Misschien dacht hij aan prof. Etienne Vermeersch, vaste gast op deze debattenreeksen, wiens stellingnamen over illegale immigratie, over de islam en over de Vlaamse zaak inderdaad op giftige reacties onthaald zijn van Paul Goossens en andere linkse tenoren.

Links zit duidelijk met een probleem. Hoewel het gebruik kan maken van als antirechts bedoelde wetten en overheidsinstellingen, hoewel het dus formeel nog overduidelijk in de dominante positie zit, voelt het iets wringen en knagen. Tussen de toeëigening van “vrijheid” als slagwoord in de carnavalssfeer van Mei ’68 (waar Eric Goeman aan herinnerde) en de huidige onderdrukking van de vrijheid voor andersdenkenden is er een pijnlijke contradictie. Men kan die in het publiek debat wel een tijdje wegbluffen maar ze blijft de aandacht trekken. Vanuit de bestaande loopgraven zal links deze strijd niet meer winnen, het is tijd om het over een heel andere boeg te gooien. Dat was alvast een originele boodschap van Jeroen Olyslaegers.

Recht tot belediging

Eric Goeman vond dat de vrije meningsuiting tegenwoordig blijft steken in het “recht op belediging”, expliciet zo opgeëist door Ayaan Hirsi Ali. Daar was hij niet voor te vinden: “Het absoluut recht op vrije meningsuiting heeft nooit bestaan, het is altijd beperkt door talloze wetten en regels. Tegenwoordig moeten we in naam van de vrije meningsuiting allerlei kwakzalverij aanhoren die niet op kennis gebaseerd is.” Met dat laatste doelde hij vermoedelijk op beweringen over de islam door Geert Wilders en andere ongelovigen.

Bovendien vond hij dat vooral rechts nu over de vrije meningsuiting “schreeuwt” terwijl links in de verdediging zit. Dat laatste is allicht juist omdat links zich zo vaak en zo vlot met de onderdrukking van de vrije meningsuiting vereenzelvigt, bv. het verbod op beweerd “racistische” meningsuitingen, die het dan nog eens uiterst breed interpreteert zodat bv. godsdienstkritiek (volgens Karl Marx het begin van elke kritiek) inzake de islam eronder valt.

Meindert Fennema, hoogleraar politieke theorie en etnische verhoudingen aan de afdeling Politicologie/Imes van de Universiteit Amsterdam; sprak zijn steun uit aan de Deense cartoonisten en Ayaan Hirsi Ali, zelfs in haar aanspraak op “the right to offend”. Eerst vertaalde hij dit als het “recht om  te beledigen”, zoals Goeman hem al had voorgedaan, maar na protest van germaniste Kristien Hemmerechts maakte hij er later nauwkeuriger “kwetsen” van. Dat is inderdaad niet hetzelfde: als je tegen Moestafa zegt dat Mohammed pedofiel was, dan is dat geen belediging want het is geen uitspraak over Moestafa, maar het kan wel kwetsend zijn, namelijk als hij erg gehecht is aan een geïdealiseerd Mohammedbeeld.

Fennema doorbrak de consensus over de linkse underdog- of slachtofferpositie: “Ik deel niet de mening dat de repressie het werk is van rechts met links als slachtoffer.” Hij stelde vast dat in tegenstelling met links, de geviseerde rechtsen de vrije meningsuiting niet alleen voor zichzelf maar ook voor hun tegenstanders opeisten: “Toen de Hofstadgroep vervolgd werd, de groep waartoe Mohammed Bouyeri behoorde maar waarvan de andere leden geen criminele daden gesteld hadden, protesteerde juist Ayaan Hirsi Ali tegen die vervolging van een louter opinie.” Zij had tenminste beseft dat vrije meningsuiting ondeelbaar is: ze geldt zowel voor je tegenstanders als voor jezelf (zoals ook de onverdacht linkse Rosa Luxemburg geschreven heeft), want selectieve vrije meningsuiting is helemaal geen vrije meningsuiting.

Fennema zelf wilde uitdrukkelijk ook de vrijheid gunnen aan de vijanden van de vrijheid. Hij had, zo vertelde hij, geprotesteerd toen het Amsterdamse stadsbestuur overwoog om imams aan te zetten tot verklikking van radicale moskeegangers. Moreel zou het fout geweest zijn, net als wanneer men pastoors zou dwingen om uit de biecht te klappen. En het zou ook niet werken, want de radicalen blijken uit onderzoek vooral mensen te zijn die “uit hun netwerk gevallen zijn”, dus laat de moskeeën hun randgevallen vooral wél bij zich houden, dan is er minder kans dat ze tot extreme daden overgaan. Gedachtegoed vervolgen is de democratie afbreken én het extremisme versterken.

Hij had ook geen bezwaar tegen de door het VB gewraakte “eenzijdigheid” van deze debattenreeks: “Als er geen eenzijdigheid mag zijn, dan is er geen vrije meningsuiting. Als je links bent, zeg dan gewoon openlijk dat Eric Goeman en zijn debatten eenzijdig zijn.”

Niemand trok de aandacht op het feit dat de door links bepleite muilkorf op zogenaamd racistische uitspraken tegelijk het beleid is van de gevestigde macht. Koning, Kerk en Kapitaal zijn, weliswaar vanuit verschillende motieven, eensgezind in hun veroordeling van het racisme en in hun pleidooi voor open grenzen. Fennema vermeldde wel dat de buren van Ayaan Hirsi Ali haar konden verjagen toen de rechter gehoor gaf aan hun pleidooi dat hun woning door haar aanwezigheid in waarde gedaald was. Er zijn allerlei uiteenlopende belangen die men belangrijker kan vinden dan de vrije meningsuiting. Als het erop aankomt, vormen degenen die consequent vóór de vrije meningsuiting zijn, slechts een excentrieke minderheid.

Kifkif en de racismewet

Chokri Ben Chikha, theatermaker en acteur, is vooral bekend van de bijzonder oneerbiedige affiches van zijn toneelstukken De Leeuw van Vlaanderen en Onze Lieve Vrouw van Vlaanderen. Logischerwijze zou hij dus een militant voorstander van het ongebreidelde recht om te beledigen. Dat is hij zeker, namelijk tegenover Vlamingen en katholieken, ook trouwens tegenover Joden, maar natuurlijk niet tegenover moslims: “Als groepen tegen elkaar opgezet worden, dan moet je niet lullen van: ‘Ik kan hier zeggen wat ik wil’, want het heeft gevolgen. Ayaan heeft het recht om haar mening te uiten, maar er zijn gelukkig wetten op racisme. Dat heeft niks te maken met vrije meningsuiting maar met een stap hoger: propaganda.” Ongeacht de juistheid van zijn karakterisering van haar islamkritiek als “propaganda” blijft ook propaganda een meningsuiting.

Terwijl sommigen, rechts en minder rechts, vinden dat links een fout maakt door muilkorfwetten te steunen, vond onze leeuwbedwinger dat links nog niet ver genoeg gaat: “Links doet tegenwoordig bang en verward. Veel linksen vinden zelfs dat de Deense cartoons moeten kunnen!” Van de linkse media wou hij ook niet te veel verwachten: “We moeten niet naïef zijn, door de commerciële dimensie krijgen radicalen gemakkelijk het woord. Links is zelf ook geëvolueerd. De Morgen is destijds gered door een pact met de commercie.”

Ico Maly, hoofdredacteur Kif Kif Mediawatch, trok deze lijn verder door: “Rechts controleert dit debat. De juridische benadering, met beperkende wetten, raakt zo in de verdrukking. Zelfs Yves Desmet komt op voor het recht op beledigen.” Ja, Desmet laat zich tegenwoordig voorstaan op de term “kutmarokkaantjes” als zijn beklijvendste bijdrage aan het politieke discours. Nog in een andere zin treft de media schuld: “De media controleren de meningsuiting. Zij bepleiten wel de absolute vrije meningsuiting maar selecteren intussen zelf wel wat er wel en wat er niet gepubliceerd geraakt, volgens eigen criteria. Wél Bart De Wever of Jean-Marie Dedecker, maar niet de complexere standpunten van bv. de sociale organisaties.”

In de hitte van het debat gaf hij toe dat islamkritiek moet kunnen: “Toegelaten, ja. Maar wat is de kwaliteit van Ayaan’s discours? Dan is het een deel van mijn vrije meningsuiting om haar te bekritiseren.” Daarmee trapte hij een open deur in, want niemand in dit panel noch in het hele islamdebat heeft ooit geëist dat kritiek op islamkritiek verboden moet worden.

Ongewild vermakelijk was Maly’s relaas van het proces dat Joodse groeperingen aangespannen hebben tegen KifKif wegens antisemitische uitingen op haar webstek. De klagers baseren zich op de racismewet, uitgerekend die wet waarvoor KifKif zoveel geestdrift betoont. Mijns inziens bewijst de Joodse gemeenschap zichzelf geen dienst door muilkorfwetten in te roepen, maar anderzijds is het wel rechtvaardig als KifKif een koekje van eigen deeg krijgt. Jeroen Olyslaegeers verwelkomde zulke rechtszaken, zelfs een eventuele Joodse aanklacht tegen de organisatoren van de debattenreeks, als een interessante test voor het bereik en de interpretatie van de bestaande racismewet.

Respect

Kristien Hemmerechts, schrijfster en hoofddocent Engelse letterkunde aan de KUB, vond de Deense cartoons “overbodig”, voor haar was “het sop de kool niet waard”. Het zou een manier kunnen zijn om zich van de belaagde cartoonisten te desolidariseren zonder zich openlijk tegen de vrije meningsuiting te keren. Dat standpunt maakte haar “populair bij de migranten”. Zij vond het een kwestie van goede manieren: “Als toerist trek je je schoenen wanneer je een moskee betreedt.” Natuurlijk. En het is mogelijk om de islam te bekritiseren zonder de vrouwen van de profeet als hoeren voor te stellen (dat is wat vele moslims in Salman Rushdie’s De Duivelsverzen gelezen hebben) of hem “pervert” en “pedofiel” te noemen. Maar dat is dus een kwestie van manieren, niet iets dat de wetgever moet opleggen.

Wat de grote principes betreft: “Vrije meningsuiting was zeer belangrijk om ons te bevrijden van het juk van de kerk, in de identiteitsvorming rond de Verlichting, in de scheiding tussen kerk en staat. Plots is daar dan de Ander met zijn sjari’a en zonder scheiding van kerk en staat. Dat is een karikatuur. Ik betreur die polarisering, pro vrije meningsuiting of contra, geen middenweg van: ‘Laten we toch ook respect opbrengen voor anderen’.” Wel ja, respect, wie kan daar tegen zijn? Maar dat is per definitie iets dat de wetgever niet kan opleggen.

Op dit punt had Chokri Ben Chikha logischerwijze zijn spijt moeten betuigen voor zijn brutaal gebrek aan respect voor Vlamingen, christenen en Joden (of het verbod op zijn eigen werken eisen), maar dat kon er niet af. Nou ja, het was tenslotte een debat, en hij was onder geen enkele verplichting om het met la Hemmerechts eens te zijn. Zij betreurde de polarisering tussen pro en contra, hij koos resoluut vóór die polarisering, met name aan de zijde van de contra’s die de vrije meningsuiting aan andersdenkenden misgunnen.

Hemmerechts liet verder weten dat er nauwelijks nog een “links” bestaat in Vlaanderen, alleen nog “gradaties van rechts”, en dat De Morgen amper nog links is. Niemand protesteerde, en vanuit oud-links proletarisch standpunt is dat ook wel juist. Bijvoorbeeld, toen de arbeidersbasis van de Britse Labour-partij morde omdat Tony Blair na zijn herverkiezing aan zijn ministers een drastische salarisverhoging cadeau deed, schreef verhofstadtvriend Yves Desmet dat men moet ophouden met zeuren over hoe die gearriveerden teveel betaald krijgen: “Voor mijn part krijgen ze nog niet genoeg.” In economisch opzicht is De Morgen inderdaad eerder liberaal geworden (de SP.A trouwens ook), maar inzake de socioculturele dossiers is onze ochtendkrant wel degelijk nog links, namelijk in de zin van: tegen rechts. Maar voor prof. Hemmerechts zou het dus wat linkser mogen.

Ook de inzet van goede wil die Olyslaegers bepleitte, was haar niet links genoeg: “De maatschappij is meer dan de som van mensen: er zijn ook structuren, die overigens heel wat meer zijn dan de markt. Lief en goed zijn is niet goed genoeg.” Zij wou de notie van de “maakbare samenleving” in eer herstellen. Een staat die in de civiele samenleving ingrijpt, leek haar onmisbaar. Zelfs inzake veiligheidsbeleid was ze bereid om die staat wat meer armslag te geven dan andere panelleden aanvaardbaar vonden: “Misschien is met die wetten die infiltratie en afluistering toelaten, wel een aanslag voorkómen, mensenlevens gered. Tenslotte is het veiligheidsprobleem reëel. Bij de aanslagen in New York en Madrid en zo zijn er wel degelijk mensen gestorven.” Of hoe onze nationale linkse schrijfster op dezelfde lijn kwam te zitten als G.W. Bush.

Polemiek

Vermelden we nog enkele memorabele botsingen tussen panelleden. Kristien Hemmerechts moest niets hebben van het tegenover elkaar stellen van “linkse intellectuelen” en “arbeiders die VB stemmen”. Het geneert die 68-ers blijkbaar dat het destijds door henzelf verheerlijkte proletariaat hen nu uitspuwt. Vakbondsman Stephan Galon wist echter beter. Toen het ABVV mede op zijn aandringen alle VB-ers uit de vakbond zette (“met uitzondering van enkele echt sociale gevallen”), bleek het om “talloze” mensen te gaan. Beiden vonden elkaar dan maar in het goede voornemen om terug meer contact te zoeken met de arbeidersklasse en onbevooroordeeld naar haar zorgen te luisteren.

Fennema nam het onverkort op voor Ayaan Hirsi Ali en andere “extremisten” van de vrije meningsuiting. Goeman meende: “Het is aan de vrije meningsuiting te danken dat Theo van Gogh en Ayaan Hirsi Ali beroemd geworden zijn.” Waarop Fennema: “En dóód.” Dus Goeman, droogjes: “Ayaan is niet dood.” Fennema: “Nóg niet.” Want tenslotte wordt zij wel ernstig met de dood bedreigd, en heeft behalve Fennema geen enkel pannellid het duidelijk over zijn lippen kunnen krijgen dat wij pal front moeten maken tegen de krachten die een daad van vrije meningsuiting met de dood willen bestraffen.

Toen Ico Maly het maar een “geluk” vond dat racistische uitingen nu strafbaar zijn, antwoordde de Amsterdamse prof: “Ik wil racistische dingen kunnen zeggen.” Nee, dat betekent niet dat hij per se racistische dingen wil gaan zeggen, alleen dat hij daartoe het recht meent te moeten hebben. Wat betekent een antiracistische of beter nog een niet-racistische stellingname immers als het alternatief verboden is? Weg dus met de antiracistische muilkorfwet.

Chokri Ben Chokha vond dat links ervoor moet uitkomen dat sociale strijd belangrijker is dan louter vrije meningsuiting, maar dat links vandaag in verwarring is: “De sterkte van rechts is dat links zeer schizofreen bezig is.” Om één of andere reden besloot hij hieruit tot een aanval op Fennema: “Wat ik bij jou niet tof vind, is dat simplisme, dat maakt het debat kapot.” Meteen sloeg Fennema terug: “Als je alles mag zeggen, dán is er debat. Jij wil het debat voorkómen.” Ook Anne Provoost zei tot Ben Chikha: “Ik schrik ervan hoe jij de vrije meningsuiting niet steunt.”

“Ik hoor iedereen hier zeggen dat de vrije meningsuiting ingeperkt moet worden”, vatte Fennema het debat mooi samen. De anderen protesteerden unisono: “Niet waar!” Ik heb toch geen van hen horen zeggen dat ze niét ingeperkt moet worden, zij het dan dat dit voor Anne Provoost heel voorzichtig moest en alleen bij hoge uitzondering, terwijl Nico Maly en Chokri Ben Chikha voluit pro muilkorf waren. “Jij”, zei Fennema tot Ben Chikha, “jij bent tegen de publicatie van de cartoons.” Het was Kristien Hemmerechts die met een antwoord tussenkwam: “Ik zeg alleen dat het sop de kool niet waard is. Zoiets als op een foto van je moeder spuwen.” Waarop Fennema: “Wie godsdienst een gevaarlijk misverstand vindt, die wil jij, Kristien, niet ter hulp komen.” En Hemmerechts: “Maar nee,…” Dan nam Ben Chikha weer het woord: “Natuurlijk moet iedereen zoiets kunnen publiceren, maar dat is nog iets anders dan zich voor de kar [van rechts] te laten spannen.”

Nu kwam Fennema pas helemaal op dreef: “‘Voor de kar laten spannen’, dat is een zéér gevaarlijke uitdrukking. Ze betekent dat je een idee niet mag hebben als een fout iemand er ook zo over denkt.” Dat was een dwaalredenering die hij zich maar al te goed herinnerde uit zijn tijd bij de CPN. En om dan helemaal ter zake te komen: “Het verbod op belediging zou van alles verbieden. Zo is er een affiche tegen het neoliberalisme van Frits Bolkestein, waarin deze beschuldigd wordt van volgend armoedebeleid: ‘Bestrijd de armoede, dood een bedelaar.’ Dat is toch een belediging voor Bolkestein? Dat roept toch op tot haat tegen hem? Elke politieke stelling kan gelezen worden als een oproep tot haat, al is het maar haat tegen onrecht? Met een verbod op belediging zou die linkse affiche verboden moeten worden.”

Fennema gelooft blijkbaar dat dezelfde regels gelden voor links en voor rechts. Maar een strijdbare linkerzijde belijdt natuurlijk niet de Gulden Regel, die wil dat men jegens zichzelf en jegens anderen éénzelfde norm hanteert. Zij vindt het normaal om aan de vijand te verbieden wat zij aan zichzelf toelaat, of wat zij zelf met gretigheid doet.

Nu heb ik het gezien de huidige machtsverhoudingen wel over links, maar de geschiedenis leert dat deze neiging bij vele hegemonische groepen in uiteenlopende samenlevingen voorkomt. Zo verklaart het VB zich vandaag fel vóór de vrije meningsuiting, maar wie zal zeggen of het dat lang zal volhouden mocht het zelf aan de macht komen? Juist omdat elke machtsgroep in een hegemonische positie in de verleiding komt om de anderen in hun vrije meningsuiting te onderdrukken, is het zo belangrijk om dat beginsel volledig en diep in onze rechtsstaat te verankeren, veilig voor ideologische modes en de waan van de dag. Alle als’en en maar’en zijn hier uit den boze. Zet maar eenvoudig een vol punt achter de zin: “Ik ben vóór de vrije meningsuiting.”

 
Copyright © 2020 Koenraad Elst. All Rights Reserved.
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.