Bij de dood van Syd Barrett PDF Print E-mail
Written by Koenraad Elst   
Tuesday, 04 November 2014 23:49

Toen rond 1970 het gebruik van cannabis en LSD zich onder de Vlaamse jongeren begon te verspreiden, hielden ouders en leraars hun wel eens het afschrikwekkend voorbeeld voor van sterren die door druggebruik de dood vonden, bv. Janis Joplin of Jim Morrison. Maar eigenlijk was de zopas overleden Syd Barrett (Cambridge 1946-2006) een veel representatiever voorbeeld van de schade die druggebruik veroorzaakt.

In 1967 werden Roger “Syd” Barrett en zijn groep Pink Floyd plots bekend met hun plaat The Piper at the Gates of Dawn, een monument van psychedelische rock. Psychedelisch, dat was het dure woord voor “bewustzijnsverruimend”, of concreter: onder invloed van drugs. Cannabis was de drug voor alledag, LSD was voor spaarzamer gebruik maar ging “dieper”, of “hoger”.

De doorbraak van Pink Floyd viel in Groot-Brittannië samen met die van de psychedelische folkrock van de Incredible String Band en Roy Harper, met de psychedelische periode van de Beatles, en met de ook al psychedelisch geïnspireerde beginfase van ondermeer David Bowie en Marc Bolan, die beiden de invloed van Barrett erkenden. Er waren analoge ontwikkelingen in de VS, waar de Grateful Dead bij de ingang van hun concerten LSD uitdeelden, zodat duizenden mensen samen met de muzikanten op dezelfde trip zaten. In de daaropvolgende jaren zouden de psychedelische golf en de bijbehorende roesmiddelen ook achtergebleven gebieden als Vlaanderen bereiken.

Men spreekt hier nog vaak over de politieke revoltes van die jaren en hun blijvende impact, maar de culturele revolutie die zich toen voltrok, was evenzeer rijk aan gevolgen. Tussen de twee bestond zowel een tegenstelling als een verbond. Harde oud-linksen wilden niets te maken hebben met de “burgerlijk-individualistische” bewustzijnsexperimenten van de hippies; zij wezen op het heilzame voorbeeld van China waar druggebruikers in kampen voor “heropvoeding door arbeid” moesten afkicken. Ik herinner me uit de jaren ’70 nog menige discussie over dit kwellende dilemma. De minder dogmatische strekkingen binnen het linkse spectrum hadden er echter geen moeite mee en steunden de eis tot legalisering.

Later zou blijken dat ook de als rechts gedoodverfde libertariërs, zoals de jonge Guy Verhofstadt en de redactie van The Economist, de liberalisering van drugs bepleiten. Maar in het algemeen was en blijft dit toch vooral een linkse eis. En dit om vele redenen, ondermeer anarchisme (de gezagsfiguren zijn ertegen), pacifisme (een tripper past niet in het leger), antiracisme (cannabis is populair bij kleurvolkeren), feminisme (“cannabis maakt de man vrouwelijker en de vrouw dierlijker”) en ecologie (“cannabis, een product van de natuur!”). Vele popsterren van psychedelische inspiratie leenden hun stem voor linkse campagnes, bekendst van al John Lennon, weliswaar meestal in softe taal maar juist daarom met des te meer impact op de massa. De milde Roy Harper zong vaag-politieke teksten tegen de wapenwedloop en de hele Westerse “beschaving”. De romantisch klinkende titel The Hangman’s Beautiful Daughter van de Incredible String Band werd door de groep in politiek-utopische zin uitgelegd: de “beul” was het verfoeide Systeem, diens “bekoorlijke dochter” de heerlijke nieuwe wereld van na de aan gang zijnde omwenteling. Tot vandaag zie je op Glastonbury en andere festivals de symbiose van roesrock met een vage tot expliciete linkse boodschap.

De “bewustzijnsverruiming” bleek echter een illusie. Het was slechts beginnersgeluk: de eerste paar keren ervaart je nog frisse brein erg inspirerende sensaties, een subjectief gevoel van diep inzicht, maar bij voortgaand gebruik wordt het spoedig een versuffend en “verdovend” middel. De Incredible String Band kwam terug van zijn aanvankelijke indruk dat een collectieve roes voor een diepere verstandhouding tussen muzikanten en publiek zorgde, dit was gewoon zelfbedrog geweest. Ook het idee dat de roes flitsen van geniale artistieke inspiratie opleverde, had maar beperkte geldigheid. Zoals reeds een 19de-eeuwse dichter na gebruik van opium vaststelde, het grandioze poëtische vergezicht dat hij in zijn hogere bewustzijnstoestand had weten op te schrijven, en waarover hij zo verrukt was, bleek daags nadien te luiden: “Er hangt een raar luchtje in de kamer.”

De meeste jonge gebruikers stoppen er na enkele jaren mee, veelal op tijd om met een redelijk intact zenuwstelsel de draad van hun leven voort op te nemen. Maar wat met wie niet tijdig stopt? Je hoeft er niet aan dood te gaan en zelfs niet disfunctioneel te worden, althans niet in artistieke nicheberoepen. De Nederlandse zanger Armand bleef allerlei drugs uitproberen (onder het Paulinische motto: “Onderzoekt alles en behoudt het goede”) en stelde op middelbare leeftijd die kennissen in het ongelijk die hem als jonge hippie voorspeld hadden: “Jij verandert nog wel, man.” Dichter Simon Vinkenoog is tot op zijn oude dag enkele keren per jaar een LSD-trip blijven nemen, en zijn fans vonden het best.

Jammer genoeg heeft niet iedereen zoveel geluk. Mensen met zelfs geringe aanleg voor mentale ziekte krijgen na druggebruik de volle laag. Meteen na de doorbraak van Pink Floyd begon Syd Barrett zich tijdens concerten zeer storend te gedragen: rondwandelen zonder zijn gitaarpartij te spelen, eigen deuntjes spelen zonder verband met het lied van de groep. Begin 1968 werd hij eruit gezet. Dat lijkt een duidelijk geval van mentale instorting volgend op druggebruik. Wat daarna kwam, was echter representatief voor een veel frequenter verschijnsel: het verval in de middelmatigheid. De roes maakt het banale fascinerend, en daardoor verliest men de prikkel om het banale te overstijgen.

Barrett leefde op zichzelf, terend op de nooit ophoudende stroom royalties, en deed zijn dagelijkse boodschapjes, maar creatief presteerde hij niets waardevols meer. Zoals zijn zus getuigd heeft, had hij na de crisis een nieuw evenwicht gevonden, maar de grootse inspiratie was weg. Zijn weinige latere liedjes waren muzikaal en tekstueel armzalig, zijn abstracte schilderijen maakten ook geen indruk. Het veelbelovende genie was zijn vonk kwijtgeraakt. Ook bij de psychedelische kunstenaars die geen crisis doormaken maar hun gebruik redelijk goed weten te “integreren”, stelt men vast dat hun latere werk nooit nog het niveau haalt van de voltreffers uit hun begintijd. Blowende kunstenaars groeien niet meer.

Men zegt dat Barrett behept was met het Asperger-syndroom, een soort van hoogbegaafd autisme, en dat hij hoe dan ook voorbestemd was om door te slaan. Maar die postume diagnose heeft men ook gesteld voor onhandelbare doch vruchtbare figuren als Newton, Mozart en Einstein. Bij hen bood een hyperfocus op kunst of wetenschap een voldoende houvast om geestelijk gezond te blijven. Het effect van drugs daarentegen: je tript tot je flipt, en huppelekee…

Mogelijks zijn er goede redenen voor een soort gedoogbeleid. Het debat daarover moet echter gevoerd worden op basis van feiten, niet van wensdenken. De bewering dat cannabis onschadelijk is, behoort in ieder geval tot het rijk der fabelen. Misschien besluit men dat liberalisering desondanks een minste kwaad is, bv. om de drughandel uit de handen van de onderwereld te halen. Maar dat moet men afwegen tegen andere gegevens, ondermeer dat veel jong talent door druggebruik in de kiem gesmoord wordt. Sommigen worden gek, een groter aantal wordt grijze muis. Helaas, ik heb er zulke gekend.

 

 

('t Pallieterke, 15 juli 2006)

 
Copyright © 2020 Koenraad Elst. All Rights Reserved.
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.