De gevolgen van de repressie PDF Print E-mail
Written by Koenraad Elst   
Sunday, 22 December 2013 14:17

(Doorbraak, 14 oktober)

 

De Vlaamse psychologe die zich met een schuilnaam Charlotte Berghaeghe noemt, werd in 1940 geboren. Haar boek De vlucht van de witte ballonnen. Opgroeien met oorlogstrauma’s verhaalt hoe haar vader, de flamingant en succesvolle ingenieur Nand Berghaeghe (1910-99) hard getroffen wordt door de repressie, weer rechtkrabbelt, maar na een opnieuw geslaagde loopbaan meer en meer een verbitterd man wordt die door zijn verstikkend gedrag zijn echtgenote Louise (1908-74) de zelfmoord in drijft. Volgens het voorwoord van Ludo Abicht was deze generatie Vlamingen “op geen enkele manier verantwoordelijk voor wat er vóór, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog gebeurd was”, maar werd er wel “onvermijdelijk en traumatisch door getroffen”. Hij noemt het relaas een “pijnlijk eerlijk verslag van en persoonlijke verwerking van een verleden”, een individuele “voyage au bout de la nuit” (p.8).

Ir. Berghaeghe vervoegt het Vlaams-Nationaal Verbond van bij de oprichting in 1933. In zijn dorp Kortemark is hij VNV-afdelingsvoorzitter in 1941-43, tot hij uit onvrede met de partijlijn zijn ontslag geeft. In 1943-44 is hij nog afdelingsvoorzitter van Winterhulp, ook al een vorm van collaboratie. Na de oorlog gaat hij zich aangeven. Dezelfde dag nog wordt zijn huis geplunderd. Zijn vader, wiens huis het eigenlijk is en die er ook woont, was belgicist, maar de “schuld” van de zoon is zodanig dat zij bestraft moet worden. Hier speelt ook een typisch verschijnsel van de straatrepressie: een notabele verdoezelt zijn eigen collaboratieverleden door wraakoefeningen tegen de “zwarten” te organiseren. Moeder Louise en haar twee dochters Charlotte en Lutgarde zijn op dat ogenblik bij grootmoeder, en zullen er blijven tot een tijdje na vaders gevangenschap. Want inderdaad, de ingenieur van hoge komaf gaat zich aangeven en wordt prompt in hechtenis genomen en mishandeld. Hij wordt uiteindelijk, met als enige standhoudende beschuldiging zijn VNV-functie, tot een korte gevangenisstraf en een hoge boete veroordeeld, plus ontzetting uit de burgerrechten.

Wat hem nog het diepst trof, was de gevangenismoord op een vriend van hem. De schuldige werd niet vervolgd en zeker niet gestraft, want hij werd beschermd door de Belgische amnestiewet voor repressiefeiten. Daar was de Belgische overheid onmiskenbaar schuldig, en de toch al zwakke verontschuldiging van de heftige bevrijdingsemoties geldt hier beslist niet: een wet komt er pas wanneer een meerderheid van welgedane parlementsleden er in hun pluche voor gestemd hebben.

Spoedig na zijn vrijlating verhuist het gezin naar het Antwerpse, waar haar vader verrassend snel heel goed boert. Dat is dan zijn wraak op België. Het hoogtepunt van zijn loopbaan wordt zijn centrale rol in het ontwerpen van de nieuwe IJzertoren. Van dan af krijgen we een typische opgroeiroman met een autoritaire vader bezield door sterke overtuigingen. De kinderen en later de kleinkinderen zijn gewend aan een welgesteld leven zonder dramatische gebeurtenissen en komen allemaal goed terecht. Vele mensen hebben bv. een gehandicapt kind met alle zorgen van dien, toch ook een “trauma”, en dat wordt deze familie bespaard. Wat wel gebeurt is dat het gewicht van de tirannieke vader na het vertrek van de volwassen dochters ten volle op zijn vrouw terecht komt. Zij kwijnt weg, wordt opgenomen en pleegt uiteindelijk zelfmoord.

Als psychologe ziet de schrijfster allerlei gedrags- en motivatiepatronen die anderen zouden ontgaan. Omgekeerd heeft zij weinig oog voor de politieke relevantie van haar relaas. Hoe is zij zelf vanuit deze ervaringen over de Vlaamse kwestie gaan denken – of vanuit een ander standpunt: het Belgische probleem? Dat apolitieke is zeer welgevallig aan wie de status-quo verkiest, en is dus evengoed een partijkeuze.

Het nawoord is van Luc Huyse, de socioloog wiens bevindingen door politici graag samengebald worden als: “Het anti-Vlaamse karakter van de Belgische repressie is een mythe.” Dat is misschien niet wat hij zegt – wetenschappers worden zelden correct in one-liners gevat – maar wel het standpunt waarmee hij door De Morgen en dergelijke vereenzelvigd wordt. Het is niet onmogelijk dat het om zijn status en belgicistische reputatie is dat hij hier opgevoerd wordt. Hij laat zich echter niet voor de belgicistische kar spannen, en beledigt dus niet de nagedachtenis van een man die aan den lijve ondervond dat het anti-Vlaams en onrechtvaardig karakter van de repressie helemaal geen mythe was.

Hij relativeert wel, en terecht, de politieke betekenis van het norse gedrag van de ouder wordende Nand Berghaeghe: “Toch zitten er in De vlucht van de witte ballonnen ook aanwijzingen dat het karakter van de vader een belangrijk deel van de vlucht in de verbittering kan verklaren.” (p.177) Ook diens negatieve houding tegenover de toekomstkeuze van zijn kleinkinderen kwam in andere dan repressiekringen evengoed voor, en tirannieke huisvaders zijn er altijd en overal geweest. De discussie zal dus gaan over de vraag of de psychologe al te veel in de inwerking van de repressiegebeurtenissen gelezen heeft.

Charlotte Berghaeghe: De vlucht van de witte ballonnen. Opgroeien met oorlogstrauma’s, Uitgeverij Pelckmans, Kapellen 2013.

 
Copyright © 2020 Koenraad Elst. All Rights Reserved.
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.